Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 april 2016
Alinea 19 Parket bij de Hoge Raad 26 april 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:509.
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit. De officier wijst in dit verband op de bekennende verklaring van de verdachte ten aanzien van het verrichten van de ten laste gelegde seksuele handelingen, de aangifte, alsmede de zich in het dossier bevindende e- mailwisseling tussen verdachte en [slachtoffer 1] . Zij is van mening dat de verdachte vrijgesproken dient te worden van ‘likken van de vagina’, nu verdachte dat onderdeel van de tenlastelegging ontkent en mitsdien wettig bewijs ontbreekt. De officier is van mening dat de pleegperiode 1 juli 2010 tot en met 1 juni 2011 wettig en overtuigend bewezen kan worden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1f3af399ad965b9371bcc2eefa17739f72ccd216f7ab9fa76ee963a891d4d706. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1f3af399ad965b9371bcc2eefa17739f72ccd216f7ab9fa76ee963a891d4d706, en de alinea staat in dat document op bytes 9113 tot 9884.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1f3af399ad965b9371bcc2eefa17739f72ccd216f7ab9fa76ee963a891d4d706 | shasum -a 256