Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 april 2016

Alinea 21 Parket bij de Hoge Raad 26 april 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:509.

De raadsvrouw stelt zich op het standpunt dat haar cliënt dient te worden vrijgesproken nu de seksuele handelingen -die naar haar oordeel enkel hebben plaatsgevonden in de periode van 1 juni 2010 tot en met medio 2011- niet gekwalificeerd kunnen worden als ontucht. Zij betoogt daartoe dat de hulpverleningsrelatie bij de seksuele handelingen tussen haar cliënt en [slachtoffer 1] geen rol heeft gespeeld. [slachtoffer 1] heeft de seksuele handelingen vrijwillig verricht en was niet afhankelijk van verdachte. Volgens de raadsvrouw zijn de seksuele handelingen dientengevolge niet in strijd met de sociaal-ethische norm en daarom niet als ontuchtig aan te merken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1f3af399ad965b9371bcc2eefa17739f72ccd216f7ab9fa76ee963a891d4d706. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1f3af399ad965b9371bcc2eefa17739f72ccd216f7ab9fa76ee963a891d4d706, en de alinea staat in dat document op bytes 9998 tot 10677.