Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 april 2016
Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 26 april 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:509.
Het bovenstaande leidt tot het oordeel dat er sprake is van ontucht zoals tenlastegelegd. Verdachte heeft ter terechtzitting ontkend [slachtoffer 1] oraal te hebben bevredigd. Ten aanzien daarvan overweegt de rechtbank als volgt. Uitgangspunt is dat sprake is van voldoende wettig bewijs indien het tenlastegelegde wordt gedekt door meer dan één bewijsmiddel. Bestendige jurisprudentie leert echter dat de bewijsminima gelden ten aanzien van de gehele tenlastelegging en niet ten aanzien van elk onderdeel van de tenlastelegging afzonderlijk (HR 7 april 1981, LJNAB9726). De rechtbank acht de verklaring van [slachtoffer 1] betrouwbaar en ziet dan ook geen reden aan de verklaring van de aangeefster ten aanzien van de verrichte seksuele handelingen te twijfelen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1f3af399ad965b9371bcc2eefa17739f72ccd216f7ab9fa76ee963a891d4d706. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1f3af399ad965b9371bcc2eefa17739f72ccd216f7ab9fa76ee963a891d4d706, en de alinea staat in dat document op bytes 15022 tot 15813.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1f3af399ad965b9371bcc2eefa17739f72ccd216f7ab9fa76ee963a891d4d706 | shasum -a 256