Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 april 2016

Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 26 april 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:509.

Namens verdachte heeft de raadsvrouw betoogd dat geen sprake is geweest van ontuchtige handelingen omdat de hulpverlenersrelatie tussen verdachte en aangeefster [slachtoffer 1] bij de seksuele handelingen geen enkele rol heeft gespeeld en [slachtoffer 1] geheel uit vrije wil handelde. De rechtbank heeft selectief gebruik gemaakt van het voorhanden zijnde bewijs, de verklaringen van aangeefster betrouwbaar geacht en de uiterlijke verschijningsvorm van de relatie en de persoon van aangeefster onvoldoende betrokken bij de beoordeling van de vraag of de wil van aangeefster werd beïnvloed door een afhankelijkheidsrelatie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1f3af399ad965b9371bcc2eefa17739f72ccd216f7ab9fa76ee963a891d4d706. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1f3af399ad965b9371bcc2eefa17739f72ccd216f7ab9fa76ee963a891d4d706, en de alinea staat in dat document op bytes 16642 tot 17294.