Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 april 2016

Alinea 42 Parket bij de Hoge Raad 26 april 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:509.

Het hof ziet geen reden om aan de geloofwaardigheid van de verklaringen van aangeefster, ten aanzien van die afhankelijkheidsrelatie, te twijfelen. Het verweer dat aangeefster tegenstrijdige en inconsistente verklaringen zou hebben afgelegd, zelf ook e-mailberichten heeft verzonden aan verdachte en van alles heeft opgeschreven in haar dagboek, brengt het, hof niet tot een ander oordeel. Hierbij weegt het hof mee dat aangeefster - die wegens psychische problematiek intern was opgenomen in een instelling voor maatschappelijke zorg, [A], en ten behoeve van haar functioneren hulp en ondersteuning behoefde - in een zeer kwetsbare positie verkeerde en het gezien die positie in de rede lag dat de overvloed aan aandacht die zij ontving van de kant van verdachte haar onzeker maakte en in verwarring bracht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1f3af399ad965b9371bcc2eefa17739f72ccd216f7ab9fa76ee963a891d4d706. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1f3af399ad965b9371bcc2eefa17739f72ccd216f7ab9fa76ee963a891d4d706, en de alinea staat in dat document op bytes 18318 tot 19153.