Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 april 2016

Onder 6.5 Parket bij de Hoge Raad 26 april 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:509.

12. Tot slot wijs ik er nog op dat de feitenrechter – binnen de door de wet getrokken grenzen – vrij is om van het beschikbare materiaal datgene tot het bewijs te bezigen wat hem uit oogpunt van betrouwbaarheid daartoe dienstig voorkomt en terzijde te stellen wat hij voor het bewijs van geen waarde acht. De steller van het middel heeft blijkens zijn schriftuur onder ogen gezien dat de stellingname van de verdachte dat hij geen misbruik heeft gemaakt van zijn positie als hulpverlener, zeer nauw verbonden is met de vaststelling van de feiten en dat waarderingen van feitelijke aard in cassatie slechts in beperkte kunnen worden getoetst.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1f3af399ad965b9371bcc2eefa17739f72ccd216f7ab9fa76ee963a891d4d706. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1f3af399ad965b9371bcc2eefa17739f72ccd216f7ab9fa76ee963a891d4d706, en de alinea staat in dat document op bytes 27604 tot 28327.