Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 april 2016
Alinea 84 Parket bij de Hoge Raad 26 april 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:509.
De raadsvrouw stelt dat haar cliënt dient te worden vrijgesproken van het aan hem ten laste gelegde feit, nu er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs in het dossier aanwezig is om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. Zij stelt daartoe dat de verklaring van [slachtoffer 2] , in ieder geval op belangrijke onderdelen, ongeloofwaardig is en dat deze verklaring geen steun vindt in ander bewijsmateriaal.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1f3af399ad965b9371bcc2eefa17739f72ccd216f7ab9fa76ee963a891d4d706. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1f3af399ad965b9371bcc2eefa17739f72ccd216f7ab9fa76ee963a891d4d706, en de alinea staat in dat document op bytes 31045 tot 31469.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1f3af399ad965b9371bcc2eefa17739f72ccd216f7ab9fa76ee963a891d4d706 | shasum -a 256