Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016
Onder 3.5. Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:51.
Uit het voorgaande volgt dat het indienen van een vordering ter verificatie, gevolgd door de opname op de lijst van erkende schuldeisers in het proces-verbaal van de verificatievergadering en zonder aantekening van een betwisting door de gefailleerde, waardoor de vordering kracht van gewijsde zaak heeft tegen de schuldenaar, dient te worden aangemerkt als, of op een lijn gesteld kan worden met het instellen van een eis die door toewijzing wordt gevolgd als bedoeld in artikel 3:319 BW (vgl. HR 28 juni 2002, NJ 2003, 676). Dit brengt met zich dat artikel 3:324 BW op een ter verificatie ingediende en erkende vordering van toepassing is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fcdd07ba8ef6c86e14e5b36bf7030297d7d259f2a049985a53fa378643f80530. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fcdd07ba8ef6c86e14e5b36bf7030297d7d259f2a049985a53fa378643f80530, en de alinea staat in dat document op bytes 17712 tot 18366.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fcdd07ba8ef6c86e14e5b36bf7030297d7d259f2a049985a53fa378643f80530 | shasum -a 256