Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016
Onder 2.16 Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:51.
Iets nader ingevuld kan je zeggen dat de verificatie zelf (het onderzoek naar het bestaan en de hoogte van de vordering) niet gedaan wordt door de R-C, maar door de curator (vgl. art. 111 Fw). De R-C is alleen als voorzitter van de vergadering bij het proces betrokken, maar doet geen afzonderlijk onderzoek naar het bestaan en de hoogte van de betreffende vorderingen. Dat vormt zodoende geen rechterlijk oordeel verbonden aan de definitieve erkenning door plaatsing op de lijst van erkende vorderingen in het p-v. Anders gezegd met de Utrechtse rechtbank : bij de verificatie van een vordering staat niet de waarheidsvinding voorop, maar een doeltreffende en voortvarende afwikkeling van het faillissement. Aan de orde was de vraag of door de erkenning van de schuldvordering ook de stellingen en feiten die aan de erkende vordering ten grondslag liggen, vaststaan en kracht van gewijsde hebben verkregen. Antwoord: nee. Dit lijkt mij een aanwijzing dat hier wordt geoordeeld dat van een ‘bijzondere’ procedure sprake is, waarin geen (volledig) rechterlijk oordeel wordt verkregen ten aanzien van de betreffende vorderingen. [eiser] vult dit bij s.t. in 3.3 als volgt nader in: de Bank incasseert niet een door de rechter toegewezen bedrag, maar haar oorspronkelijke vordering uit hoofde van kredietovereenkomsten. De executoriale titel is alleen een middel om dit eenvoudig te incasseren, maar creëert geen zelfstandig vorderingsrecht, zoals bij een door de rechter toegewezen bedrag. Dat is inderdaad een argument, maar ik vind het gelet op hetgeen hiervoor in 2.10 t/m 2.14 is besproken te formalistisch om te kunnen overtuigen. Uiteindelijk denk ik dat de hierna te bespreken benadering ook dit argument inhoudelijk onderuit haalt. Ook is hier nog een gedachte dat een rechterlijke uitspraak ook slechts het vorderingsrecht bevestigt dat een partij volgens materieel recht toekomt, vgl. art. 3:296-297 BW.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fcdd07ba8ef6c86e14e5b36bf7030297d7d259f2a049985a53fa378643f80530. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fcdd07ba8ef6c86e14e5b36bf7030297d7d259f2a049985a53fa378643f80530, en de alinea staat in dat document op bytes 40014 tot 42006.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fcdd07ba8ef6c86e14e5b36bf7030297d7d259f2a049985a53fa378643f80530 | shasum -a 256