Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016
Onder 2.19 Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:51.
Passen wij dit criterium toe op onze zaak, dan levert dat volgens mij op dat wij zouden moeten onderscheiden van de schikkingsp-v-zaak, gelet op de verschillende aan de orde zijnde inhoud van de onderscheiden p-v’s. In de verificatieprocedure in faillissement is naar ik heb geprobeerd aan te geven meer aan de hand dan iets als louter vastlegging van wat tussen procespartijen speelt om hun geschil te beëindigen - zo men wil zelfs buiten de rechter om (op de gang). Bij verificatie vindt een inhoudelijke beoordeling plaats door actieve betrokkenheid van de R-C en de procedure leidt ook tot onherroepelijke vaststelling in faillissement van de vordering van de schuldeiser ten opzichte van zijn medeschuldeisers, de curator en de gefailleerde. De inhoud van een dergelijk p-v heeft zo mij wil voorkomen een heel ander karakter dan de inhoud van een schikkingsp-v. Dat in geval van non-betwisting als in onze zaak de toets van de R-C minimaal is, maakt dit volgens mij niet anders. Art. 3:324 BW maakt ook geen onderscheid tussen verstekvonnissen en vonnissen gewezen op tegenspraak, als ik het goed zie.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fcdd07ba8ef6c86e14e5b36bf7030297d7d259f2a049985a53fa378643f80530. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fcdd07ba8ef6c86e14e5b36bf7030297d7d259f2a049985a53fa378643f80530, en de alinea staat in dat document op bytes 44389 tot 45652.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fcdd07ba8ef6c86e14e5b36bf7030297d7d259f2a049985a53fa378643f80530 | shasum -a 256