Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016
Onder 2.20 Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2016, ECLI:NL:PHR:2016:51.
Ik wijs er ten slotte nog op dat in de rechtspraak de vraag aan bod is geweest of een geldvordering die is vastgelegd in een notariële akte, een ander verjaringsregime volgt dan een geldvordering die niet in een dergelijke akte vastligt. Volgens hof Amsterdam valt niet in te zien op welke grond daar zou moeten worden onderscheiden. Het gegeven dat de grosse van een notariële akte een executoriale titel oplevert, rechtvaardigt geen verschil in verjaringstermijn. Dat zit naar mij voorkomt weer veel dichter aan tegen de kwestie van een schikkingsp-v opgemaakt in executoriale vorm uit het arrest van november 2015. Ook hier is het criterium van de inhoud van het betreffende in executoriale vorm opgemaakte stuk goed hanteerbaar om tot een oplossing te komen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fcdd07ba8ef6c86e14e5b36bf7030297d7d259f2a049985a53fa378643f80530. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fcdd07ba8ef6c86e14e5b36bf7030297d7d259f2a049985a53fa378643f80530, en de alinea staat in dat document op bytes 45732 tot 46573.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fcdd07ba8ef6c86e14e5b36bf7030297d7d259f2a049985a53fa378643f80530 | shasum -a 256