Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2016
Onder 4.19 Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:513.
Onderdeel 4 van Cordial c.s. klaagt dat het hof met zijn beschikking de vervaltermijn voor het vernietigen van besluiten van art. 2:21 lid 4 BWC (zes maanden) heeft geschonden, althans ambtshalve had moeten handhaven, nu Bab zou hebben erkend dat deze termijn ten dage van het indienen van het verzoek op 20 februari 2015 was verstreken. De emissiebesluiten dateren van 26 april 2010. Onderdeel 1 (ii)-(b) van [A] , dat hiervóór werd gememoreerd, bevat een vergelijkbare klacht, en benadrukt voorts dat het Curaçaose enquêterecht pas op 1 januari 2012 inwerking is getreden – en daarmee nadat de termijn van art. 2:21 lid 4 BWC al was verstreken.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cf38f08105131fe4f9c0402bab0195678965a45882b4cf4254b96afffef75fab. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cf38f08105131fe4f9c0402bab0195678965a45882b4cf4254b96afffef75fab, en de alinea staat in dat document op bytes 57808 tot 58558.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cf38f08105131fe4f9c0402bab0195678965a45882b4cf4254b96afffef75fab | shasum -a 256