Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2016

Onder 3.9 Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:513.

In diverse uitspraken heeft Uw Raad steeds langs dezelfde lijnen geoordeeld: een enkel verlopen van – soms heel veel – tijd waarin een partij heeft stilgezeten is onvoldoende voor het aannemen van rechtsverwerking. Daarvoor zijn bijzondere omstandigheden vereist als gevolg waarvan hetzij (a) bij de wederpartij gerechtvaardigd het vertrouwen is gewekt dat de schuldeiser zijn aanspraak niet meer geldend zal maken, hetzij (b) diens positie onredelijk benadeeld of verzwaard zou worden ingeval het recht of de bevoegdheid alsnog zou worden uitgeoefend. Voor de duidelijkheid: deze bijzondere omstandigheden moeten bijkomstig zijn; het is dus niet zo dat door (lang) stilzitten vertrouwen kan worden gewekt – althans niet gerechtvaardigd – dat een recht of bevoegdheid niet meer zal worden uitgeoefend. Dit is ook logisch: dáárvoor (de blokkerende werking van enkel tijdsverloop) hebben we nu juist moderne en adequate verjaringstermijnen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cf38f08105131fe4f9c0402bab0195678965a45882b4cf4254b96afffef75fab. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cf38f08105131fe4f9c0402bab0195678965a45882b4cf4254b96afffef75fab, en de alinea staat in dat document op bytes 29686 tot 31008.