Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2016

Onder 4.56 Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:521.

Onderdelen 3.7-3.10 richten zich tegen ’s hofs overweging in rov. 2.7 dat voor het aannemen van onrechtmatig misbruik van identiteitsverschil nodig is dat [betrokkene 1] het oogmerk had Resort of the World te benadelen met het onderbrengen van de villa in Maple Leaf én met het betalen van de woonlasten uit eigen vermogen. De klachten strekken ten betoge dat het hof daarmee de stelling zou hebben miskend dat [betrokkene 1] de woonlasten (deels) heeft voldaan met middelen die door fraude zouden zijn verkregen. Deze berusten volgens mij op een verkeerde lezing van de uitspraak. Ik begrijp de betreffende overweging als een respons op de (onder meer in mvg § 26 betrokken) stelling dat [betrokkene 1] persoonlijk diverse kosten van de villa heeft voldaan, die doorgaans door de eigenaar worden gedragen, en daarmee de verhaalsmogelijkheden heeft beperkt. In het kader van dit specifieke verwijt is de herkomst van deze middelen niet van betekenis. Deze laatste lezing vindt steun in de uitspraak. Het hof heeft bij de beoordeling van het beroep op onrechtmatig profiteren in rov. 2.8 immers wel de stelling betrokken dat [betrokkene 1] de woonlasten voldeed uit middelen die hij (deels) door fraude had verkregen. De onderdelen 3.7-3.10 komen mij om die reden ongegrond voor.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0aaa36a853f7bda273a956d89ab04a7e56020d5f3f02a5f1c44068ff6ab077c0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0aaa36a853f7bda273a956d89ab04a7e56020d5f3f02a5f1c44068ff6ab077c0, en de alinea staat in dat document op bytes 82927 tot 84270.