Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2016
Onder 4.63 Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:521.
“…het bestaan van een aan de verrijking ten grondslag liggende (rechtsgeldige) overeenkomst tussen de verrijkte en de verarmde rechtvaardigt in beginsel die verrijking, maar een verrijking van een partij bij een overeenkomst ten koste van een derde wordt niet steeds en zonder meer gerechtvaardigd door die overeenkomst. Dit laatste geldt in nog sterkere mate indien tussen de prestaties waartoe die overeenkomst verplicht een wanverhouding bestaat...”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0aaa36a853f7bda273a956d89ab04a7e56020d5f3f02a5f1c44068ff6ab077c0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0aaa36a853f7bda273a956d89ab04a7e56020d5f3f02a5f1c44068ff6ab077c0, en de alinea staat in dat document op bytes 88188 tot 88659.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0aaa36a853f7bda273a956d89ab04a7e56020d5f3f02a5f1c44068ff6ab077c0 | shasum -a 256