Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2016

Onder 4.66 Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:521.

Bij de vraag of een rechtspersoon bewust profiteert van fraude komt het, omdat een rechtspersoon nu eenmaal een constructie is en enkel door middel van natuurlijke personen aan het rechtsverkeer kan deelnemen, aan op de toerekening van kennis van anderen aan de rechtspersoon. Voor de vraag welke kennis van welke personen aan de rechtspersoon kan worden toegerekend, is, net als bij de vraag of een onrechtmatige gedraging van een natuurlijke persoon kan worden aangemerkt als onrechtmatige gedraging van de rechtspersoon, beslissend of deze kennis in het maatschappelijke verkeer heeft te gelden als kennis van de rechtspersoon. In dit verband blijkt in het algemeen niet alleen de positie van de betrokken functionaris een relevant gegeven, maar ook de context van het leerstuk waarbinnen de toerekeningsvraag aan de orde is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0aaa36a853f7bda273a956d89ab04a7e56020d5f3f02a5f1c44068ff6ab077c0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0aaa36a853f7bda273a956d89ab04a7e56020d5f3f02a5f1c44068ff6ab077c0, en de alinea staat in dat document op bytes 89710 tot 90779.