Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2016

Onder 2.42 Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:523.

Desalniettemin zouden alle hiervoor besproken verwikkelingen kunnen worden vermeden indien Uw Raad zou bepalen dat de advocaat die zijn hoedanigheid van cassatieadvocaat verliest tijdens een lopende cassatieprocedure die op zijn naam wordt gevoerd, deze procedure nog als procesadvocaat mag voeren tot datum uitspraak. Deze regeling zou dan m.i. moeten worden beperkt tot de groep advocaten die ná inwerkingtreding van de Wet versterking cassatierechtspraak op 1 juli 2012 hun hoedanigheid als cassatieadvocaat voor de duur van twee maal twee jaar hebben kunnen behouden op de voet van art. IV Wet versterking cassatierechtspraak en art. 2 in verbinding met art. 13 Verordening vakbekwaamheidseisen. Dit betreft de advocaten die voor 1 juli 2012 in het arrondissement ’s-Gravenhage kantoor hebben gehouden. Voor het creëren van een overgangsbepaling voor deze groep advocaten, zou aansluiting kunnen worden gevonden bij de keuze van de wetgever om voor de advocaten met een (ten tijde van de inwerkingtreding van de Wet versterking cassatierechtspraak) reeds bestaande bevoegdheid om bij de Hoge Raad te procederen een uitzondering toe te staan. De intrekking van de Verordening vakbekwaamheidseisen brengt mee dat gevallen als de onderhavige, waarvoor Uw Raad deze ‘overgangsregel’ zou kunnen overwegen, zich nog slechts korte tijd zullen (kunnen) aandienen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cb5abeb6daf0977f96834c899894892f6d732a4770eb0bb2d4df57a387d203cf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cb5abeb6daf0977f96834c899894892f6d732a4770eb0bb2d4df57a387d203cf, en de alinea staat in dat document op bytes 49030 tot 50411.