Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2016

Onder 2.22 Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:523.

Hieruit kan worden afgeleid dat een voorlopige inschrijving op de voet van de (vervallen) artikelen 2 en 13 Verordening vakbekwaamheidseisen niet langer dan twee jaar geldig is, zoals in laatstgenoemd artikel was bepaald. De doorhaling van de aantekening op het tableau kan worden gezien als een louter administratieve handeling die rechtstreeks voortvloeit uit het eerdere besluit tot voorlopige inschrijving als hiervoor bedoeld. Van een nieuw besluit, waarop de Verordening op de advocatuur van toepassing is, is m.i. dan ook geen sprake. Om die reden is het in dit geval zuiverder om te spreken van het verstrijken van de geldigheidsduur van de voorlopige inschrijving dan van het verval van rechtswege van de voorwaardelijke aantekening, nu dit laatste de terminologie betreft van art. 4.11 van de Verordening op de advocatuur.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cb5abeb6daf0977f96834c899894892f6d732a4770eb0bb2d4df57a387d203cf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cb5abeb6daf0977f96834c899894892f6d732a4770eb0bb2d4df57a387d203cf, en de alinea staat in dat document op bytes 28707 tot 29553.