Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2016
Onder 2.23 Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:523.
Uit het voorgaande volgt dat, onder het thans geldende stelsel, het verstrijken van de geldigheidsduur van een voorlopige inschrijving of verval van rechtswege van een voorwaardelijke aantekening als advocaat bij de Hoge Raad, ook leidt tot het verval van de hoedanigheid van advocaat bij de Hoge Raad. Zoals uit art. 9j lid 1 Advocatenwet volgt, is het hebben van de hoedanigheid van advocaat bij de Hoge Raad immers verbonden aan het al dan niet bestaan van een aantekening op het tableau als advocaat bij de Hoge Raad. Met andere woorden: het verkrijgen van een zodanige aantekening leidt tot het verkrijgen van de hoedanigheid van cassatieadvocaat en – omgekeerd – het verval van de aantekening leidt tot verlies van deze hoedanigheid.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cb5abeb6daf0977f96834c899894892f6d732a4770eb0bb2d4df57a387d203cf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cb5abeb6daf0977f96834c899894892f6d732a4770eb0bb2d4df57a387d203cf, en de alinea staat in dat document op bytes 29831 tot 30588.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cb5abeb6daf0977f96834c899894892f6d732a4770eb0bb2d4df57a387d203cf | shasum -a 256