Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2016
Onder 2.26 Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:523.
Ik kan uit de regelgeving niet afleiden dat de advocaat een mogelijkheid heeft om beroep in te stellen tegen de doorhaling van de aantekening vanwege het verstrijken van de geldigheidstermijn van de voorlopige inschrijving dan wel de voorwaardelijke aantekening. Art. 9j lid 7 en art. 9k lid 3 Advocatenwet, waarin wordt bepaald dat de advocaat beroep kan instellen bij het Hof van Discipline, zien m.i. op andere situaties . Dit brengt m.i. mee dat het verlies van de hoedanigheid van cassatieadvocaat ingaat op de datum dat de aantekening “advocaat bij de Hoge Raad” in burgerlijke zaken vervalt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cb5abeb6daf0977f96834c899894892f6d732a4770eb0bb2d4df57a387d203cf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cb5abeb6daf0977f96834c899894892f6d732a4770eb0bb2d4df57a387d203cf, en de alinea staat in dat document op bytes 32939 tot 33617.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cb5abeb6daf0977f96834c899894892f6d732a4770eb0bb2d4df57a387d203cf | shasum -a 256