Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2016

Onder 2.28 Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:523.

Art. 226 Rv bepaalt, voor zover hier van belang, dat in zaken waarin partijen niet in persoon kunnen procederen, een geding wordt geschorst doordat de gestelde advocaat zijn hoedanigheid als advocaat verliest. Deze schorsing treedt in van rechtswege – tenzij al de dag is bepaald waarop uitspraak zal worden gedaan (art. 226 lid 1 in verbinding met art. 225 lid 4 Rv) – en wel met ingang van de dag van het verlies van deze hoedanigheid . De nadien verrichte proceshandelingen zijn nietig (zie art. 226 lid 2 in verbinding met art. 225 lid 3 Rv). Op grond van art. 418a Rv is art. 226 Rv van overeenkomstige toepassing op de dagvaardingsprocedure in cassatie.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cb5abeb6daf0977f96834c899894892f6d732a4770eb0bb2d4df57a387d203cf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cb5abeb6daf0977f96834c899894892f6d732a4770eb0bb2d4df57a387d203cf, en de alinea staat in dat document op bytes 34220 tot 34959.