Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2016

Onder 2.32 Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:523.

Diezelfde beschermingsgedachte van een procespartij tegen de omstandigheid dat zij niet langer rechtsgeldig in de procedure vertegenwoordigd is, doet zich ook voor bij het verlies van de hoedanigheid van cassatieadvocaat. Ook hier is het zo dat het verlies van laatstgenoemde hoedanigheid voor de in cassatie betrokken partij meebrengt dat deze niet langer rechtsgeldig in de procedure is vertegenwoordigd en dat er geen rechtsgeldige procesverrichtingen kunnen worden verricht . En ook in dit geval zal de betrokken partij hier niet altijd van op de hoogte zijn, zonder dat haar dat valt toe te rekenen. Art. 9j Advocatenwet bepaalt in lid 2 (slechts) dat de mededeling van het verkrijgen of het doorhalen van een aantekening aan de betrokken advocaat en aan de griffier van de Hoge Raad wordt bericht. Nadere openbaarheid wordt hieraan, voor zover mij bekend, niet gegeven. Een in een cassatieprocedure betrokken cliënt kan m.i. niet geacht worden zich eigenstandig van dergelijke verwikkelingen op de hoogte te stellen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cb5abeb6daf0977f96834c899894892f6d732a4770eb0bb2d4df57a387d203cf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cb5abeb6daf0977f96834c899894892f6d732a4770eb0bb2d4df57a387d203cf, en de alinea staat in dat document op bytes 37431 tot 38530.