Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2016
Onder 2.34 Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:523.
“De bevoegdheid van de advocaat wordt bepaald door de inschrijving. De advocaat dient derhalve op het tijdstip van de betrokken proceshandeling te zijn ingeschreven als advocaat bij de Hoge Raad. Is hij dat niet op het tijdstip van het instellen van het cassatieberoep, dan moet dat leiden tot niet-ontvankelijkheid van het beroep, aangezien degene die cassatieberoep instelt zich moet laten vertegenwoordigen door een advocaat bij de Hoge Raad. Later verlies van de bevoegdheid om in cassatie op te treden als gevolg van een doorhaling van de inschrijving overeenkomstig art. 4 van de regeling, leidt tot schorsing van de procedure op grond van art. 226 jo. 418a Rv .” (onderstr. W-vG)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cb5abeb6daf0977f96834c899894892f6d732a4770eb0bb2d4df57a387d203cf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cb5abeb6daf0977f96834c899894892f6d732a4770eb0bb2d4df57a387d203cf, en de alinea staat in dat document op bytes 40328 tot 41132.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cb5abeb6daf0977f96834c899894892f6d732a4770eb0bb2d4df57a387d203cf | shasum -a 256