Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2016

Onder 2.35 Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:523.

In een variatie op wat door hem de ‘advocaatloze voortzetting’ is genoemd, kan hier in zekere zin van een ‘cassatieadvocaatloze voortzetting’ worden gesproken. De vraag is dan wat de cliënt hiermee opschiet: de advocaat niet zijnde cassatieadvocaat kan geen processtukken indienen of anderszins rechtsgeldig proceshandelingen verrichten . Ook een eventuele reactie op de conclusie van de A-G op de voet van art. 44 lid 3 Rv, de zgn. Borgersbrief, moet door een cassatieadvocaat worden ingediend . Een niet-cassatieadvocaat mag wel mondeling pleiten , hetgeen mr. Van Lookeren Campagne overigens ook heeft gevraagd (zie hiervoor onder 1.5) maar de daarop volgende proceshandelingen mogen slechts door een cassatieadvocaat worden verricht. De procespartij is uiteindelijk dus niet gebaat bij een cassatieadvocaatloze voortzetting van het geding.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cb5abeb6daf0977f96834c899894892f6d732a4770eb0bb2d4df57a387d203cf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cb5abeb6daf0977f96834c899894892f6d732a4770eb0bb2d4df57a387d203cf, en de alinea staat in dat document op bytes 41604 tot 42723.