Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2016
Onder 2.2.3 Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:532.
Uit het voorgaande volgt dat voor verkrijging ingevolge art. 3:105 BW slechts vereist is dat degene die zich op die verkrijging beroept, het bezit heeft op het moment waarop de extinctieve verjaring van de rechtsvordering tot beëindiging van het bezit wordt voltooid. Niet relevant is of het bezit al dan niet te goeder trouw is, evenmin hoe lang de actuele bezitter bij het verstrijken van de termijn het bezit van het goed al heeft. Voor de voltooiing van de verjaring is nodig dat de toestand dat een ander dan de rechthebbende bezitter (althans onrechtmatig houder) is, gedurende de gehele verjaringstermijn van twintig jaren heeft voortgeduurd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0fbefa9a7d7a8182d97e38209979b78cc0a5bf245ec69b423f92b6c63a852f47. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0fbefa9a7d7a8182d97e38209979b78cc0a5bf245ec69b423f92b6c63a852f47, en de alinea staat in dat document op bytes 18121 tot 18912.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0fbefa9a7d7a8182d97e38209979b78cc0a5bf245ec69b423f92b6c63a852f47 | shasum -a 256