Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2016
Onder 2.5 Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:532.
Subonderdeel 1.1 klaagt dat het hof aldus blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting omtrent het voor verjaring vereiste bezit. Het zou hebben miskend dat van bezit niet (zonder meer) sprake is indien voor derden, althans voor een (geobjectiveerde) eigenaar zoals i.c. de Gemeente, eerst na gericht onderzoek ter plaatse kenbaar is dat daden worden verricht – zoals het omheinen van een perceelsgedeelte – die naar verkeersopvatting mogelijk als bezitsdaden zijn te kwalificeren. In de situatie dat de rechthebbende alleen door onderzoek had kunnen zien wat hem bedreigde, kan de vergaande consequentie dat hij zijn eigendomsrecht verliest niet worden gerechtvaardigd door de omstandigheid dat hij tegen de occupant niet is opgetreden, aldus het subonderdeel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0fbefa9a7d7a8182d97e38209979b78cc0a5bf245ec69b423f92b6c63a852f47. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0fbefa9a7d7a8182d97e38209979b78cc0a5bf245ec69b423f92b6c63a852f47, en de alinea staat in dat document op bytes 30894 tot 31723.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0fbefa9a7d7a8182d97e38209979b78cc0a5bf245ec69b423f92b6c63a852f47 | shasum -a 256