Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2016

Onder 2.22 Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:532.

Subonderdeel 3.2 klaagt dat het oordeel van het hof in rov. 3.4.9 met betrekking tot de duur van het door [verweerder] c.s. uitgeoefende bezit onbegrijpelijk althans onvoldoende gemotiveerd is, gelet op de (op p. 6 en 7 van de cassatiedagvaarding met vindplaats genoemde) stellingen van de Gemeente in feitelijke instanties. Volgens het middel heeft de Gemeente met deze stellingen de door [verweerder] c.s. te bewijzen stellingen over de aanvang en het voortduren van hun bezit voldoende betwist, hetgeen door het hof zou zijn miskend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0fbefa9a7d7a8182d97e38209979b78cc0a5bf245ec69b423f92b6c63a852f47. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0fbefa9a7d7a8182d97e38209979b78cc0a5bf245ec69b423f92b6c63a852f47, en de alinea staat in dat document op bytes 47447 tot 48047.