Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2016

Onder 2.7 Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:533.

Gelet op dit alles meen ik dat een pensioenaanspraak op een bedrijfstakpensioenfonds ontstaat indien de betrokken werknemer onder de werkingssfeer valt en zodanige aanspraak uit het pensioenreglement voortvloeit. Dat de werknemer niet is aangemeld of geen premie is afgedragen behoeft hieraan niet in de weg te staan. Het gevolg van dit stelsel is dat een bedrijfstakpensioenfonds geconfronteerd kan worden met gedurende lange tijd onbekend gebleven deelnemers met pensioenaanspraken waarvoor geen premie is afgedragen. Vanuit een oogpunt van risicobeheersing heeft een bedrijfstakpensioenfonds dan ook een groot belang bij het traceren van werkgevers die onder zijn werkingssfeer vallen maar zich niet hebben aangemeld en/of geen premies hebben afdragen. In verband hiermee voorziet art. 21 Wet Bpf 2000 in de mogelijkheid om onbetaald gebleven pensioenpremies door middel van een dwangbevel bij de werkgever te innen. Voor het geval de werkgever een rechtspersoon is en in gebreke blijft met de premieafdracht voorziet art. 23 Wet Bpf 2000 in een bijzondere regeling van bestuurdersaansprakelijkheid.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3e8240dd9072c2481b52ab380ce2678f1f665784812c5600827d0ef5ad0e1745. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3e8240dd9072c2481b52ab380ce2678f1f665784812c5600827d0ef5ad0e1745, en de alinea staat in dat document op bytes 35612 tot 36920.