Citaat | Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2016

Onder 2.13 Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 17 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:533.

Het subonderdeel is m.i. gegrond voor zover het gericht is tegen het oordeel van het hof in rov. 2.25 dat toewijzing van de vordering tot nakoming vanwege de aard van de verplichting niet toewijsbaar is (art. 3:296 BW). Als voorbeeld van een geval waarin de aard van de verplichting meebrengt dat nakoming niet kan worden afgedwongen noemt de parlementaire geschiedenis het geval dat een auteur zich tegenover zijn uitgever heeft verplicht een bepaald werk te schrijven. Naast dergelijke aan de persoon gebonden verplichtingen kan het ook gaan om andere verplichtingen, zoals de verplichting van de wetgever om wetgeving in formele zin tot stand te brengen teneinde aan zijn implementatieverplichting te voldoen. In de pensioenrechtelijke literatuur wordt aangenomen dat het op zich mogelijk is dat aan de gevolgen van de verplichtstelling achteraf, ‘met terugwerkende kracht’ uitvoering wordt gegeven. Dat het in dit geval gaat om, zoals het hof overweegt, betalingsverplichtingen waarvan de wederprestatie van Metaalfondsen c.s. niet of niet zonder aanzienlijke nadelige gevolgen kan worden nagekomen, rechtvaardigt naar mijn mening niet het oordeel dat de aard van de betalingsverplichting zelf zich tegen een veroordeling tot nakoming zou verzetten. De gegrondbevinding van het onderdeel wat betreft art. 3:296 kan m.i. niet tot cassatie leiden omdat daarbij belang ontbreekt. Dit volgt uit de verdere bespreking van het onderdeel.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/3e8240dd9072c2481b52ab380ce2678f1f665784812c5600827d0ef5ad0e1745. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 3e8240dd9072c2481b52ab380ce2678f1f665784812c5600827d0ef5ad0e1745, en de alinea staat in dat document op bytes 46006 tot 47685.