Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2016

Onder 4.4 Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2016, ECLI:NL:PHR:2016:534.

Over de maatstaf voor de beoordeling van de hier aan de orde zijnde, op artikel 2:248 BW gebaseerde vordering van de curator bestaat op zichzelf geen verschil van mening. Zoals de rechtbank heeft overwogen, geldt op grond van het eerste lid van dit artikel dat in geval van faillissement van de vennootschap iedere bestuurder jegens de boedel hoofdelijk aansprakelijk is voor het bedrag van de schulden, voor zover deze niet door vereffening van de overige baten kunnen worden voldaan, indien het bestuur zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld en aannemelijk is dat dit een belangrijke oorzaak is van het faillissement. De stelplicht en bewijslast dat sprake is geweest van kennelijk onbehoorlijk bestuur rust op de curator. De vraag of een bestuurder zijn taak niet behoorlijk heeft vervuld, moet worden beoordeeld naar hetgeen de bestuurder voorzag of kon voorzien op het moment dat hij zijn taak vervulde. Van kennelijk onbehoorlijk bestuur kan slechts worden gesproken als geen redelijk denkend bestuurder onder dezelfde omstandigheden aldus zou hebben gehandeld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f1875f7e608799ad753197f5a7d7737e6693937027a71bf0c8f139aff32cdfee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f1875f7e608799ad753197f5a7d7737e6693937027a71bf0c8f139aff32cdfee, en de alinea staat in dat document op bytes 15420 tot 16508.