Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2016

Onder 4.9 Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2016, ECLI:NL:PHR:2016:534.

Duidelijk is verder dat de dividenduitkering niet ten koste van de liquide middelen van [A] is gegaan. Het bedrag van € 165.000 is door middel van een achtergestelde geldlening van [betrokkene 1] voldaan (feitelijk uit middelen die moeder [...] ter beschikking stelde). Het resterende bedrag van € 60.735 is niet uitbetaald, maar omgezet in een geldlening van [verweerster 1] . Voor de geldlening van [betrokkene 1] gold geen aflossingsverplichting, alleen een jaarlijkse renteverplichting. Op de geldlening van [verweerster 1] diende wel te worden afbetaald. Hoewel juist is dat de betalingsverplichtingen van [A] met deze geldleningen toenamen, is daarmee niet gezegd dat de liquiditeitspositie van [A] daardoor werd aangetast, in die zin dat de vennootschap daardoor in betalingsmoeilijkheden werd gebracht. Dat zou het geval zijn geweest, als op voorhand duidelijk was dat [A] niet aan de toegenomen betalingsverplichtingen zou kunnen voldoen. Uit de gedingstukken kan echter niet worden afgeleid dat dit het geval was. Verder is juist dat door het uitkeren van dividend de solvabiliteit van de onderneming - de ratio van het eigen vermogen gedeeld door het balanstotaal - is gedaald. Dat wil echter nog niet zeggen dat de onderneming daarmee in gevaar is gebracht. Dat [A] (extra) leningen is aangegaan ter hoogte van het uit te keren dividend, betekent ten slotte ook niet zonder meer dat dit op onverantwoorde wijze ten koste van haar leencapaciteit is gegaan. Zo heeft [verweerster 1] tijdens het pleidooi onbetwist gesteld dat de leencapaciteit al voor het dividendbesluit ten volle was benut, dat om die reden binnen de familie geld moest worden geleend en dat moeder [...] daartoe slechts bereid was om de aandelenoverdracht te kunnen laten plaatsvinden. De curator heeft daartegenover niet (gemotiveerd) gesteld welke financieringsmogelijkheden [A] volgens hem zonder het dividendbesluit zou hebben gehad. Gelet hierop kan ook niet worden aangenomen dat (de uitvoering van) het dividendbesluit daadwerkelijk negatieve invloed op de mogelijkheden van de onderneming heeft gehad. Evenmin is er reden om aan te nemen dat de dividenduitkering, zoals deze heeft plaatsgevonden, redelijkerwijs tot gevolg zou hebben dat de crediteuren van [A] niet meer zouden kunnen worden voldaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f1875f7e608799ad753197f5a7d7737e6693937027a71bf0c8f139aff32cdfee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f1875f7e608799ad753197f5a7d7737e6693937027a71bf0c8f139aff32cdfee, en de alinea staat in dat document op bytes 24302 tot 26607.