Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2016
Onder 2.13 Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2016, ECLI:NL:PHR:2016:534.
Onderdeel 3.2 bouwt voort op het eerste onderdeel. Ik heb hierboven verdedigd dat onderdeel 1.1 m.i. dient te slagen. Dit betekent niet dat onderdeel 3.2 ook slaagt. Ik ben van mening dat op overtreding van art. 2:216, lid 2 en 4 BW niet de sanctie van nietigheid van het uitkering(sbesluit) staat, zolang er geen door een accountant gecontroleerde jaarrekening is vastgesteld waaruit de ongeoorloofdheid van de uitkering blijkt. Ingeval zo’n jaarrekening niet voor handen is, is het onzeker in hoeverre het uitkeringsbesluit ongeoorloofd is. Dit probleem doet zich ook in deze zaak voor. Het staat niet precies vast in welke omvang de debiteuren van [A] dubieus waren. Nietigheid van het uitkering(sbesluit) kan dan niet goed werken. Dat betekent niet dat overtreding van art. 2: 216, lid 2 en 4 geen betekenis heeft. Overtreding van deze leden kan wel bijdragen aan het oordeel dat de ontvangende aandeelhouder/bestuurder onrechtmatig jegens de schuldeisers heeft gehandeld.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f1875f7e608799ad753197f5a7d7737e6693937027a71bf0c8f139aff32cdfee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f1875f7e608799ad753197f5a7d7737e6693937027a71bf0c8f139aff32cdfee, en de alinea staat in dat document op bytes 55060 tot 56051.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f1875f7e608799ad753197f5a7d7737e6693937027a71bf0c8f139aff32cdfee | shasum -a 256