Citaat | Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2016

Onder 2.14 Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 20 mei 2016, ECLI:NL:PHR:2016:534.

Onderdeel 3.3 betoogt dat het hof (in rov. 4.14) terecht heeft geoordeeld dat de dividenduitkering een onverplichte rechtshandeling om niet was. Het heeft vervolgens geoordeeld dat van nietigheid van de dividenduitkering op grond van art. 42 Fw geen sprake is omdat er volgens het hof onvoldoende grond is om aan te nemen dat [verweerder 2] als bestuurder van [verweerster 1] redelijkerwijs had moeten voorzien dat het dividendbesluit tot gevolg zou hebben dat de crediteuren niet meer zouden kunnen worden voldaan. Daarmee is het hof uitgegaan van een onjuiste rechtsopvatting. Aangezien [verweerster 1] alle aandelen hield van [A] en bestuurder was van [A] , terwijl [verweerder 2] enig aandeelhouder en bestuurder van [verweerster 1] was, alsmede omdat de dividenduitkering (als onverplichte rechtshandeling om niet) minder dan een jaar vóór het faillissement plaatsvond, wordt de kennis van benadeling van schuldeisers verondersteld aanwezig te zijn, behoudens (in dit geval door [verweerster c.s.] te leveren) tegenbewijs (art. 43 lid 1 sub 5, sub a en d Fw, resp. art. 45 Fw). Het hof is ten onrechte (kennelijk) niet van deze bewijslastverdeling uitgegaan (het noemt art. 43 of 45 Fw ook niet).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f1875f7e608799ad753197f5a7d7737e6693937027a71bf0c8f139aff32cdfee. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f1875f7e608799ad753197f5a7d7737e6693937027a71bf0c8f139aff32cdfee, en de alinea staat in dat document op bytes 56131 tot 57395.