Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2016
Onder 4.3 Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:536.
6.6. Anders dan de ondernemingskamer in rov. 3.25 heeft geoordeeld, doet aan hetgeen de ondernemingskamer daarvoor heeft overwogen wel degelijk af dat de Minister van Financiën geen gebruik heeft gemaakt van zijn enquêtebevoegdheid. Het is aan de aandeelhouders (en certificaathouders), die als kapitaalverschaffers een vennootschapsrechtelijke band hebben met de betrokken vennootschap – en niet aan voormalige aandeelhouders – om af te wegen of een enquête in het belang is van de vennootschap. Zij dragen ook indirect de kosten en de eventuele nadelige gevolgen van een enquête voor de vennootschap.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a49f792d855600e8c2ad0cad720cf9f2f36694bc55a3656a1ab4d9c96b934090. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a49f792d855600e8c2ad0cad720cf9f2f36694bc55a3656a1ab4d9c96b934090, en de alinea staat in dat document op bytes 66350 tot 66973.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a49f792d855600e8c2ad0cad720cf9f2f36694bc55a3656a1ab4d9c96b934090 | shasum -a 256