Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2016
Onder 4.27 Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:536.
Wel merk ik, naar aanleiding van de als eerste en als laatste genoemde verschillen, nog het volgende op. De band tussen de voormalige aandeelhouders van SNS Reaal en SNS Reaal is als gevolg van de onteigening geheel en definitief ten einde gekomen. De vraag is gerechtvaardigd of in zo’n geval het enquêterecht zich nog wel voor toepassing leent. Dit heeft te maken met wat als de doeleinden van het enquêterecht kan worden beschouwd. In de Ogem-beschikking (1990), bevestigd in o.a. de KPNQwest-beschikking, heeft de Hoge Raad op grond van de wetsgeschiedenis geoordeeld dat tot de doeleinden van het enquêterecht behoren niet alleen sanering en herstel van de goede verhoudingen binnen de rechtspersoon, maar ook het verkrijgen van openheid van zaken en de vaststelling bij wie de verantwoordelijkheid berust voor mogelijk blijkend wanbeleid. Daaruit volgt dat, volgens de Hoge Raad, een enquête ook kan worden verzocht en bevolen ingeval de te onderzoeken rechtspersoon is gefailleerd, ook al ligt de nadruk in zo’n situatie op de eigen belangen van de verzoekende partij.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a49f792d855600e8c2ad0cad720cf9f2f36694bc55a3656a1ab4d9c96b934090. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a49f792d855600e8c2ad0cad720cf9f2f36694bc55a3656a1ab4d9c96b934090, en de alinea staat in dat document op bytes 89991 tot 91279.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a49f792d855600e8c2ad0cad720cf9f2f36694bc55a3656a1ab4d9c96b934090 | shasum -a 256