Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2016
Onder 4.28 Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:536.
“2.11 (…) Immers, een faillissement zal doorgaans tot afwikkeling van de vennootschap leiden. Begrijpelijk is dan ook het oordeel van de Hoge Raad – dat besloten ligt in de hierboven geciteerde overweging – dat er in geval van faillissement een accentverschuiving is in de functie van het enquêterecht. Na faillissement zal een rechtspersoon gedoemd zijn te eindigen. Een enquête-onderzoek kan dan niet langer primair de functie geacht worden te hebben om sanering van en het herstel van gezonde verhoudingen binnen de rechtspersoon te bewerkstelligen. Na faillissement zal het belang van een enquête vooral gelegen zijn in ‘de opening van zaken en de vaststelling bij wie de verantwoordelijkheid berust voor mogelijk blijkend wanbeleid’. Derhalve heeft na faillissement een enquête niet langer primair een reorganisatorisch karakter maar een inquisitoir karakter. Waar vooral ook de rechtspersoon gebaat zal zijn bij een enquête met een reorganisatorisch karakter zullen verzoekers bij een enquête met een inquisitoir karakter doorgaans vooral eigen belangen op het oog hebben. Dat in een dergelijke situatie verzoekers niet kunnen afdwingen dat een enquête-onderzoek financieel door de vennootschap wordt gefaciliteerd lijkt mij aanvaardbaar.”
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a49f792d855600e8c2ad0cad720cf9f2f36694bc55a3656a1ab4d9c96b934090. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a49f792d855600e8c2ad0cad720cf9f2f36694bc55a3656a1ab4d9c96b934090, en de alinea staat in dat document op bytes 92317 tot 93596.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/a49f792d855600e8c2ad0cad720cf9f2f36694bc55a3656a1ab4d9c96b934090 | shasum -a 256