Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2016

Onder 4.6 Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:537.

Op het eerste gezicht lijken het enquêterecht en onteigening op basis van de Interventiewet moeizaam samen te gaan. De onteigeningsregeling dient ter afwending van een ernstig en onmiddellijk gevaar voor de stabiliteit van het financiële stelsel door problemen bij een financiële instelling (art. 6:2 lid 1 Wft). Als gevolg van de onteigening wordt de Staat aandeelhouder. Dit aandeelhouderschap is tijdelijk bedoeld: op enig moment zal de onderneming weer worden geprivatiseerd. Het ligt voor de hand dat de onderneming in de tussentijd wordt gestabiliseerd en gereorganiseerd. Indien een enquête wordt bevolen naar het beleid van en de gang van zaken binnen de onderneming in de periode voorafgaand aan de onteigening, vormt dat voor de onderneming een (administratieve) belasting en ook kan dit een spoedige privatisering onder gunstige voorwaarden bemoeilijken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b124d50899859528f7add4a12ffe087a7f01d2b47206ffdaefea3b43487b6bf2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b124d50899859528f7add4a12ffe087a7f01d2b47206ffdaefea3b43487b6bf2, en de alinea staat in dat document op bytes 62315 tot 63389.