Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 april 2016
Onder 7.7. Parket bij de Hoge Raad 5 april 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:545.
Strafrechtelijke causaliteit tussen een gedraging en een bepaald gevolg dient te worden bepaald aan de hand van de maatstaf van de "redelijke toerekening". Dit betekent dat de beantwoording van de vraag of er causaal verband bestaat tussen de door de verdachte verrichte gedragingen en – in dit geval – het (zwaar lichamelijk) letsel van de slachtoffers dient te geschieden aan de hand van de maatstaf of dat letsel redelijkerwijs als gevolg van die bewezenverklaarde gedragingen aan de verdachte kan worden toegerekend. De beantwoording van de vraag naar de redelijke toerekening is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Indien de gedraging naar haar aard geschikt was om het uiteindelijke resultaat teweeg te brengen of het risico daarop in relevante mate heeft verhoogd, doorbreken tussenkomende andere factoren de causaliteitsketen niet. Dit wordt niet anders wanneer de nadien opgekomen omstandigheden in belangrijke mate tot het intreden van het gevolg hebben bijgedragen, of zelfs moeten worden aangemerkt als de rechtstreekse oorzaak van dat gevolg. In de heersende causaliteitstheorie hoeven fouten van het slachtoffer als zodanig niet aan het aannemen van causaal verband in de weg te staan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bbf5dedb3c3096e85b6140d46470487be57e4ac135e901fe94e34ff302b28975. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bbf5dedb3c3096e85b6140d46470487be57e4ac135e901fe94e34ff302b28975, en de alinea staat in dat document op bytes 71455 tot 72876.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bbf5dedb3c3096e85b6140d46470487be57e4ac135e901fe94e34ff302b28975 | shasum -a 256