Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 april 2016

Onder 7.8. Parket bij de Hoge Raad 5 april 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:545.

In de hiervoor onder 6.4 weergegeven overweging heeft het hof uiteengezet dat en waarom het van oordeel is dat de explosie met de daarbij ingetreden gevolgen door de handelingen van de verdachten redelijkerwijs aan de verdachte is toe te rekenen. Gelet op hetgeen hiervoor onder 7.3 is vooropgesteld en in het licht van de hiervoor weergegeven overwegingen van het hof geeft dit oordeel geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is het niet onbegrijpelijk. Het hof heeft immers voorop gesteld dat de verdachten een cruciaal aandeel hebben gehad in de keten der gebeurtenissen door het vervaardigen en ophangen van de bom aan de flitspaal; als zij dit niet hadden gedaan zou de explosie met daarbij ingetreden gevolgen niet hebben plaatsgevonden – met andere woorden: de gedraging van de verdachte was een ‘condicia sine qua non’ voor de later opgetreden ontploffing. Daarmee is voldaan aan, zoals de Hoge Raad het noemde , de “ondergrens van het causaal verband.” Dit verband heeft het hof terecht als noodzakelijke voorwaarde aangemerkt. Voorts heeft het hof bij de redelijke toerekening betrokken dat was te voorzien dat, door weg te gaan na het ophangen van het intrinsiek gevaarlijke voorwerp, anderen zich met het zichtbare explosief zouden gaan bezighouden en dat daarbij de mogelijkheid bestond dat een fysieke stimulans zou worden uitgeoefend op de bom waardoor deze tot explosie zou kunnen komen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bbf5dedb3c3096e85b6140d46470487be57e4ac135e901fe94e34ff302b28975. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bbf5dedb3c3096e85b6140d46470487be57e4ac135e901fe94e34ff302b28975, en de alinea staat in dat document op bytes 72956 tot 74453.