Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 april 2016

Onder 9.9. Parket bij de Hoge Raad 5 april 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 april 2016, ECLI:NL:PHR:2016:545.

Zoals hiervoor onder 7.3 weergegeven overwegingen heeft het hof aan het ter terechtzitting van 6 mei 2014 gedane verzoek om het gehele ongezwarte rapport aan de verdediging ter beschikking te stellen geen gevolg gegeven. Bij de afwijzing is het hof niet ingegaan op elk detail dat inhoudelijk ter motivering van het verzoek is aangevoerd, maar heeft het de beperking op toegang tot het bewijsmateriaal – om in de woorden van het EHRM te spreken – door de bescherming van het nationale belang gerechtvaardigd geacht. Het hof heeft onder ogen gezien dat kennisname van de inhoud van het EODD-rapport relevant is voor de beantwoording van de te stellen bewijsvragen nu in het rapport een tekortschietende communicatie op een of meer belangrijke punten en het onterecht of voortijdig geven van het sein veilig zijn vastgesteld. Het hof heeft geoordeeld dat in het onderhavige geval bij afweging van de belangen van de opsporingsautoriteiten enerzijds en de belangen van de verdediging bij kennisneming van het gehele rapport anderzijds, eerstbedoelde belangen in zoverre zwaarder wegen dat aan de verdachte de kennisneming van het gehele niet zwartgemaakte rapport niet kan worden toegestaan. Daarbij heeft het hof mede betrokken dat de verdediging wél inzage heeft gehad in een aanzienlijk ongecensureerd deel van het EODD-rapport, waaronder ook de gedeelten die zien op de mogelijke onvolkomenheden in de ontmantelingsprocedure en de conclusies betreffende de indirecte/achterliggende oorzaak van het ongeval. Voorts heeft het hof meegewogen dat de verdediging de getuige Kool die deel uitmaakte van de commissie die het rapport voorbereidde alsmede de slachtoffers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft kunnen horen. Dat het hof onder deze omstandigheden heeft geoordeeld dat het niet afgeven van het volledige ongezwarte EODD-rapport geen schending van het beginsel van ‘equality of arms’ oplevert en die toevoeging kan worden geweigerd, is niet onbegrijpelijk. Tot een nadere motivering was het hof niet gehouden, ook niet in het licht van hetgeen de verdediging heeft aangevoerd erop neerkomende dat de verdediging onvoldoende gelegenheid heeft gekregen de ketens die hebben geleid tot een ingetreden gevolg te toetsen om zo te bezien of deze gevolgen redelijkerwijs aan de verdachte kunnen worden toegerekend. Immers, dit aspect heeft het hof in zijn overwegingen mede onder ogen gezien.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bbf5dedb3c3096e85b6140d46470487be57e4ac135e901fe94e34ff302b28975. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bbf5dedb3c3096e85b6140d46470487be57e4ac135e901fe94e34ff302b28975, en de alinea staat in dat document op bytes 103774 tot 106253.