Citaat | Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2016

Onder 5.2. Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 7 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:549.

Het hof heeft ter verwerping van een ter terechtzitting gevoerd verweer aangaande art. 342 lid 2 Sv gemotiveerd en niet onbegrijpelijk aangegeven dat het de verklaring van de aangever, met name op het punt dat de door de verdachte weggenomen spullen aan hem toebehoorden, betrouwbaar acht en dat die verklaring voldoende steun vindt in de verklaring van de getuige [getuige]. Gezien de bewijsconstructie bevestigt [getuige], zoals [betrokkene] heeft verklaard, dat er een confrontatie was tussen [betrokkene] en de verdachte, dat er over en weer werd geduwd en getrokken, dat er spullen, waaronder een mobiele telefoon en pasjes op de grond vielen, dat de verdachte er met de spullen vandoor is gegaan en dat zij [betrokkene] hoorde zeggen dat het zijn spullen waren. Voorts heeft het hof ook in aanmerking genomen de omstandigheid dat het borstzakje van het shirt van [betrokkene] was gescheurd, zoals door [getuige] is verklaard, en het feit dat de verdachte plotseling is vertrokken. Het hof heeft uitdrukkelijk de verklaringen van de verdachte - die betoogt dat de spullen zijn eigendom zijn - als onaannemelijk terzijde gesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8de73f6093b55596767db81ba30f70586ef3196ed07c351d643a6cd49069c585. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8de73f6093b55596767db81ba30f70586ef3196ed07c351d643a6cd49069c585, en de alinea staat in dat document op bytes 14720 tot 15866.