Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2016
Onder 2.14 Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:552.
Ik keer terug naar de klachten in de onderhavige zaak. Voor zover de klachten van N.N. c.s. onder I.1 en I.4 tot uitgangspunt nemen dat de Staat die de aanzegging doet aannemelijk moet maken dat het goederen betreft die zijn bestemd voor de openbare dienst, is dit onjuist en in strijd met de presumptie van immuniteit van executie. Ik verwijs naar hetgeen ik hierboven in 2.11 en 2.12 heb geschreven. De klacht onder I.5 dat het hof heeft miskend dat niet relevant is of het VN-Verdrag een codificatie behelst van het internationale gewoonterecht met betrekking tot immuniteit van executie, faalt eveneens. Ik verwijs naar nr. 2.10 van deze conclusie.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5818b217cc81b82a007ca7d4da292fdec24b7fd9f886a33bed243b6162e03de4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5818b217cc81b82a007ca7d4da292fdec24b7fd9f886a33bed243b6162e03de4, en de alinea staat in dat document op bytes 37156 tot 37822.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5818b217cc81b82a007ca7d4da292fdec24b7fd9f886a33bed243b6162e03de4 | shasum -a 256