Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2016

Onder 3.7 Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:553.

In de tweede plaats klaagt FGH dat het oordeel van het Hof blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting omdat het Hof - kort gezegd - heeft miskend dat art. 3:36 BW een derde wel bescherming biedt tegen geleden schade of nadeel doordat de schijn waarop die derde heeft vertrouwd niet met de werkelijkheid overeenstemt, maar niet het voordeel waarborgt dat de derde gehad zou hebben indien de schijn werkelijkheid was geweest en dat de derde in het vertrouwen op die schijn meende te hebben verkregen. Volgens FGH kan de beslaglegger als in casu Fraanje zich weliswaar niet op het gewraakte object verhalen, maar is het niet zo dat hij in dat opzicht door het vertrouwen op de schijn in een nadeliger positie is gekomen dan waarin hij zich voorafgaand aan de beslaglegging bevond. Zij stelt dat bescherming van de beslaglegger in een geval als het onderhavige tot een disbalans tussen de belangen van de oudere hypotheekhouder en die van de beslaglegger en zelfs tot ongerechtvaardigde verrijking van de beslaglegger zou leiden. Dat is niet in overeenstemming met de eisen van redelijkheid en billijkheid, als niet al moet worden aangenomen dat het een gevolg is dat naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, aldus nog steeds FGH.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efcb0f0d0b3bf0bd52d31682599195fffeb866c3da640dd57b82090633d644ec. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efcb0f0d0b3bf0bd52d31682599195fffeb866c3da640dd57b82090633d644ec, en de alinea staat in dat document op bytes 56880 tot 58192.