Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2016

Onder 3.8 Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:553.

Ook deze klacht wordt tevergeefs voorgesteld. Niet in de laatste plaats omdat, zoals Fraanje in haar s.t. onder 5.1.3 en 5.1.4 stelt, sprake is van een ontoelaatbaar novum in cassatie. Voor zover ik kan zien - het middel verwijst niet naar vindplaatsen - is in feitelijke aanleg niet eerder aangevoerd dat Fraanje geen bescherming op grond van art. 3:36 BW toekomt omdat zij niet in een nadeliger positie is gekomen dan waarin zij zich voorafgaand aan de beslaglegging bevond. De discussie omtrent eventueel door Fraanje ondervonden nadeel lijkt in het geheel niet te zijn gevoerd. Overigens ligt het voor de hand dat Fraanje in het kader van de beslaglegging kosten heeft moeten maken en in zoverre in een nadeliger positie is komen te verkeren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efcb0f0d0b3bf0bd52d31682599195fffeb866c3da640dd57b82090633d644ec. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efcb0f0d0b3bf0bd52d31682599195fffeb866c3da640dd57b82090633d644ec, en de alinea staat in dat document op bytes 58271 tot 59030.