Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2016

Onder 3.19 Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:553.

Het onderdeel strandt reeds daarop dat FGH op de door haar genoemde vindplaatsen niet het standpunt heeft ingenomen dat aan Fraanje de bescherming van art. 3:36 BW moet worden onthouden op de grond dat gegeven het ontbreken van een toereikende volmacht niet is voldaan aan de eis dat degene tegen wie de bescherming van die bepaling wordt ingeroepen de betreffende schijn in het leven heeft geroepen. Een dergelijke stellingname behoefde het Hof ook niet te lezen in hetgeen op die plaatsen wel is aangevoerd en dat er veelal op neer komt dat bij gebreke van een geldige volmacht geen afstand is gedaan van het hypotheekrecht. De uitleg die het Hof aan FGH’s stellingen heeft gegeven is niet onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efcb0f0d0b3bf0bd52d31682599195fffeb866c3da640dd57b82090633d644ec. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efcb0f0d0b3bf0bd52d31682599195fffeb866c3da640dd57b82090633d644ec, en de alinea staat in dat document op bytes 68532 tot 69318.