Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2016

Onder 3.21 Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:553.

Onder 3.2 formuleert Fraanje klachten die betrekking hebben op rov. 4.3 en de vaststellingen in rov. 4.9 onder (ii) en (iii). In rov. 4.3 heeft het Hof de stelling verworpen dat niet aan de voorwaarden van art. 3:36 BW is voldaan omdat Fraanje geen kennis heeft genomen van de NAA en derhalve niet op de juistheid daarvan heeft vertrouwd. Het Hof overwoog dat het voor de toepasselijkheid van art. 3:36 BW voldoende is dat Fraanje de registers heeft ingezien, dat het bewijs daarvan met het overgelegde ‘hypothecair bericht object’ is geleverd en dat daaruit blijkt dat in de registers stond vermeld dat appartementsrecht A-13 niet belast was met een hypotheekrecht. In rov. 4.9 overwoog het Hof vervolgens, voor zover hier van belang, (ii) dat Fraanje op grond van de onjuiste verklaring in art. 6 NAA mocht aannemen dat FGH afstand had gedaan van haar hypotheekrecht op het appartementsrecht A-13 en (iii) dat Fraanje in het vertrouwen op de juistheid van art. 6 NAA het beslag heeft gelegd. Volgens FGH is zowel rov. 4.3. als rov. 4.9 onjuist of onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efcb0f0d0b3bf0bd52d31682599195fffeb866c3da640dd57b82090633d644ec. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efcb0f0d0b3bf0bd52d31682599195fffeb866c3da640dd57b82090633d644ec, en de alinea staat in dat document op bytes 70650 tot 71786.