Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2016

Onder 3.22 Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:553.

FGH lijkt aan te nemen dat het Hof heeft geoordeeld dat voor een succesvol beroep op art. 3:36 BW raadpleging van de basisregistratie kadaster volstaat. Dat is niet het geval. Het Hof heeft overwogen dat inzage in de registers vereist maar ook voldoende is en dat Fraanje het bewijs heeft geleverd dat zij de registers daadwerkelijk heeft ingezien. Het Hof heeft hier het oog op de openbare registers en niet op de kadastrale registratie. Dat volgt niet alleen uit de gebezigde terminologie, maar ook uit de omstandigheid dat FGH zelf reeds stelde dat Fraanje de basisadministratie van het kadaster had ingezien, zodat Fraanje daarvan geen bewijs hoefde bij te brengen. Het oordeel dat Fraanje heeft bewezen dat zij de openbare registers daadwerkelijk heeft ingezien wordt in cassatie niet bestreden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efcb0f0d0b3bf0bd52d31682599195fffeb866c3da640dd57b82090633d644ec. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efcb0f0d0b3bf0bd52d31682599195fffeb866c3da640dd57b82090633d644ec, en de alinea staat in dat document op bytes 71866 tot 72807.