Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2016
Onder 3.30 Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2016
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:553.
De eerste drie onderdelen van het incidenteel cassatieberoep betreffen het arrest in het incident van 17 december 2013. De daarin vervatte klachten moeten m.i. reeds bij gebrek aan belang falen. Ook als de procedure, anders dan het Hof heeft geoordeeld, wél als een procedure zoals bedoeld in art. 3:27 BW moet worden aangemerkt, had het Hof niet tot niet-ontvankelijkverklaring van FGH mogen overgaan. In eerste aanleg is de gevorderde verklaring afgewezen. Het laat zich verdedigen dat het vonnis daarmee niet een vonnis is als bedoeld in art. 3:27 lid 1 BW, zodat de in het tweede lid gegeven regel dat de appeldagvaarding op straffe van niet-ontvankelijkheid in het rechtsmiddelenregister moet worden ingeschreven, niet geldt. De incidentele vordering tot niet-ontvankelijkverklaring had derhalve hoe dan ook moeten worden afgewezen. Ook als daarover anders moet worden geoordeeld, slagen de klachten echter niet.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efcb0f0d0b3bf0bd52d31682599195fffeb866c3da640dd57b82090633d644ec. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efcb0f0d0b3bf0bd52d31682599195fffeb866c3da640dd57b82090633d644ec, en de alinea staat in dat document op bytes 81519 tot 82514.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/efcb0f0d0b3bf0bd52d31682599195fffeb866c3da640dd57b82090633d644ec | shasum -a 256