Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2016

Onder 1.4 Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:553.

Fraanje heeft vervolgens op de voet van art. 545 Rv de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag verzocht een termijn te stellen waarbinnen de hypotheekhouder tot verkoop of indiening van een verzoek tot onderhandse verkoop moet overgaan. De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat de executiewaarde van het appartementsrecht A-13 (€ 1.500.000,-) lager is dan de vordering van FGH (€ 2.106.659,06) en geoordeeld dat het belang van Fraanje bij het verzoek derhalve afhangt van de vraag wie zich als eerste op de opbrengst van een eventuele executoriale verkoop kan verhalen. Partijen verschillen van mening over het antwoord op die vraag. De voorzieningenrechter heeft daarop in zijn beschikking van 19 april 2012 het verzoek aangehouden, teneinde FGH in de gelegenheid te stellen een bodemprocedure aanhangig te maken waarin de vraag naar de rangorde tussen FGH en Fraanje zal moeten worden beantwoord.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efcb0f0d0b3bf0bd52d31682599195fffeb866c3da640dd57b82090633d644ec. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efcb0f0d0b3bf0bd52d31682599195fffeb866c3da640dd57b82090633d644ec, en de alinea staat in dat document op bytes 8691 tot 9682.