Citaat | Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2016

Onder 2.8 Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2016

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 24 juni 2016, ECLI:NL:PHR:2016:553.

10. Artikel 3:27 BW biedt iemand die een recht op een registergoed meent te hebben de mogelijkheid de rechter te verzoeken om te verklaren dat hem het recht waarop hij aanspraak maakt, toekomt. Een rechterlijke verklaring met die strekking kan, zodra het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan, in de registers worden ingeschreven. De verklaring – ook wel aangeduid als een verklaring voor recht met positieve kracht – heeft dan tot effect dat tussen partijen de rechtstoestand vaststaat en dat jegens derden-belanghebbenden die verklaring wordt vermoed juist te zijn. De belangen van onbekende derde-belanghebbenden – die door een dergelijke positieve verklaring immers in een nadeliger positie kunnen komen te verkeren – worden onder meer gewaarborgd doordat een openbare oproeping van alle belanghebbenden dient plaats te vinden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/efcb0f0d0b3bf0bd52d31682599195fffeb866c3da640dd57b82090633d644ec. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt efcb0f0d0b3bf0bd52d31682599195fffeb866c3da640dd57b82090633d644ec, en de alinea staat in dat document op bytes 14997 tot 15851.